GEMEENTEDECREET 2010 PDF

Doorwerking van het Gemeentedecreet op bestuurskracht van Vlaamse gemeenten. nl. , Journal Validation: vabb, Appears in. named ‘Municipal Decree’ (‘Gemeentedecreet’), was approved. Meanwhile, on the 25th of June , the Flemish government approved the order regarding. Brussels: Politeia. De Rynck, F. and M. Meire (). Draagvlakanalyse van het gemeentedecreet. Ghent: SBOV studie. De Rynck, F. and E. Wayenberg ().

Author: Dozahn Doutilar
Country: Brunei Darussalam
Language: English (Spanish)
Genre: Health and Food
Published (Last): 18 April 2008
Pages: 301
PDF File Size: 16.8 Mb
ePub File Size: 20.81 Mb
ISBN: 495-3-28756-895-8
Downloads: 56745
Price: Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader: Mejinn

In dit decreet wordt verstaan onder: Het mobiliteitsbeleid is gericht op een duurzame mobiliteitsontwikkeling waarbij de mobiliteit wordt beheerd voor de huidige generatie zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij wordt aandacht besteed aan de integratie van en de synergie tussen sociale, ecologische en economische aspecten. De realisatie ervan steunt op een maatschappelijk veranderingsproces waarin het gebruik van hulpbronnen, de bestemming van investeringen, de gerichtheid van de technologische ontwikkeling en institutionele veranderingen worden afgestemd op zowel toekomstige als huidige behoeften.

Bij het voorbereiden, het vaststellen, het uitvoeren, het volgen en het evalueren van het mobiliteitsbeleid beogen het Vlaamse Gewest, de eronder ressorterende diensten en agentschappen, de provincies, de gemeenten en de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut, de verwezenlijking van de volgende doelstellingen: De overheden, diensten, agentschappen en rechtspersonen, vermeld in het eerste lid, houden bij het voorbereiden, het vaststellen, het uitvoeren, het volgen en het evalueren van het mobiliteitsbeleid ook rekening met de volgende beginselen: Het mobiliteitsplan is een beleidsplan dat in hoofdlijnen de langetermijnvisie aangeeft op de duurzame mobiliteitsontwikkeling.

Het mobiliteitsplan beoogt enerzijds samenhang te brengen in de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van beslissingen over duurzame mobiliteit, en anderzijds het mobiliteitsbeleid en de aanverwante beleidsdomeinen op elkaar af te stemmen. Er wordt een mobiliteitsplan opgemaakt op de volgende niveaus: Er kan ook een mobiliteitsplan worden opgemaakt op de volgende niveaus: De mobiliteitsplanning op gewestelijk niveau omvat: Het intergemeentelijk mobiliteitsplan kan bepalingen bevatten op intergemeentelijk en op gemeentelijk niveau.

Indien het intergemeentelijk mobiliteitsplan voor het gemeentelijk grondgebied voldoet aan de bepalingen van artikel 17 dient de gemeente geen afzonderlijk gemeentelijk mobiliteitsplan op te maken. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaronder aangrenzende gemeenten voor het geheel van hun grondgebieden een intergemeentelijk mobiliteitsplan kunnen opmaken.

Het Mobiliteitsplan Vlaanderen en de gemeentelijk mobiliteitsplannen bevatten een richtinggevend en een informatief deel. Van het richtinggevende deel van het plan kan niet worden afgeweken, tenzij wegens onvoorziene ontwikkelingen van de mobiliteitsbehoeften van de onderscheiden maatschappelijke activiteiten of om dringende sociale, culturele, economische, budgettaire of ecologische redenen. De afwijking mag de realisatie van de doelstellingen, vermeld in artikel 4, eerste lid niet in het gedrang brengen.

De beslissing die de overheid neemt over de afwijking, wordt gemotiveerd. Het richtinggevende deel van het Mobiliteitsplan Vlaanderen is richtinggevend voor het Vlaamse Gewest, de eronder ressorterende diensten en agentschappen, de provincies en gemeenten, alsmede de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen die in het Vlaamse Gewest belast zijn met taken van openbaar nut.

Het richtinggevende deel van een gemeentelijk mobiliteitsplan is richtinggevend voor de gemeente en de eronder ressorterende diensten en agentschappen. Het Mobiliteitsplan Vlaanderen en de gemeentelijk mobiliteitsplannen bevatten bepalingen die de afstemming regelen met: De bepalingen, vermeld in het eerste lid, zijn informatief.

De Vlaamse Regering kan de voorwaarden bepalen waaraan fysieke personen, rechtspersonen, de personeelsleden van een onder het Vlaamse Gewest of een gemeente ressorterende dienst of agentschap moeten voldoen om een ontwerp van mobiliteitsplan te kunnen opmaken of een kwaliteitscontrole op dat ontwerp van plan te kunnen uitvoeren.

De Vlaamse Regering stelt het Mobiliteitsplan Vlaanderen vast voor een termijn van tien jaar. Het plan heeft een tijdshorizon van twintig jaar en bevat een doorkijkperiode.

Belgium | Eltis

De doorkijkperiode kan dertig jaar bedragen. Het plan kan op elk moment door de Vlaamse Regering geheel of gedeeltelijk worden herzien volgens de procedure die geldt voor de opmaak en de vaststelling ervan.

Het bestaande plan blijft gelden tot het nieuwe plan is bekendgemaakt.

Het informatieve deel van het Mobiliteitsplan Vlaanderen bevat ten minste: Het richtinggevende deel van het Mobiliteitsplan Vlaanderen omvat ten minste: Het actieplan wordt zonodig geactualiseerd op basis van het voortgangsrapport vermeld in artikel De Vlaamse Regering besluit tot het opmaken van het Mobiliteitsplan Vlaanderen en treft daartoe de nodige maatregelen.

  ETYKA ZAWODU PSYCHOLOGA BRZEZISKI PDF

De Vlaamse Regering stelt in het besluit, vermeld in het eerste lid, een participatietraject vast dat minstens de volgende aspecten van de participatie regelt: De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud van het participatietraject.

Het besluit betreffende het participatietraject wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering maakt het participatietraject ruim bekend. De Vlaamse Regering wijst een ambtelijke werkgroep gemeentedwcreet, hierna de gewestelijke planningscommissie te noemen, die is belast met de voorbereiding, de voortgangscontrole van de uitvoering en de evaluatie van het Mobiliteitsplan Vlaanderen.

De planningscommissie is ten minste samengesteld uit personeel van: De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling, werking en opdracht van de commissie.

Voorafgaand aan de voorlopige vaststelling van het Mobiliteitsplan Vlaanderen stelt de gewestelijke planningscommissie een niet-technische samenvatting op met een tussentijds overzicht van de belangrijkste mobiliteitsproblemen, de aanpak ervan en de mogelijke alternatieven.

Iedereen kan gedurende een inspraaktermijn van zestig dagen zijn schriftelijke opmerkingen en bezwaren indienen bij de MORA. In voorkomend geval houdt de Vlaamse Regering rekening met de resultaten van dit overleg. Als het advies niet is verleend binnen die termijn, mag aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan.

Als de MORA geen advies heeft verleend binnen die termijn, mag aan het adviesvereiste worden voorbijgegaan.

Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid

Gemeentedecfeet dat geval bezorgt de MORA onmiddellijk de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren en resultaten van de publieke consultatie, vermeld in artikel 12, aan het Vlaams Parlement en de Vlaamse Regering. Het Vlaams Parlement kan binnen een termijn gemeenttedecreet zestig dagen na de ontvangst van het advies van de MORA of van de gebundelde adviezen, opmerkingen en bezwaren, en van de resultaten van de publieke consultatie, vermeld in artikel 12, een standpunt uitbrengen over het ontwerp van het Mobiliteitsplan Vlaanderen.

Bij de definitieve vaststelling 200 het plan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgestelde plan alleen wijzigingen worden aangebracht die zijn gebaseerd op of die voortvloeien uit de opmerkingen en bezwaren van het openbaar onderzoek en, in voorkomend geval, die zijn gebaseerd op of die voortvloeien uit de overige resultaten van de publieke consultatie, vermeld in artikel 12, de uitgebrachte adviezen en het standpunt van het Vlaams Parlement.

Het vaststellingsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het plan geeentedecreet in werking op de datum, bepaald door de Vlaamse Regering, en uiterlijk 24 maanden na de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

Gemwentedecreet Vlaamse Regering draagt er zorg voor dat het Mobiliteitsplan Vlaanderen ruim wordt bekendgemaakt. De richtinggevende bepalingen van de bestaande gemeentelijke mobiliteitsplannen die strijdig zijn met de richtinggevende bepalingen van het Mobiliteitsplan Vlaanderen, worden van rechtswege opgeheven door de definitieve vaststelling van dat laatste plan. De gemeente in kwestie brengt binnen de termijn, opgelegd door de Vlaamse Regering, de wijzigingen aan in het gemeentelijk mobiliteitsplan die noodzakelijk zijn om de onderlinge afstemming van de bepalingen, vermeld in het eerste lid, te verzekeren en brengt de Vlaamse Regering daarvan op de hoogte.

Gemeetnedecreet Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de methodologie, de procedure voor de opmaak, de evaluatie, de gemeentedecreey, de bekendmaking van het Mobiliteitsplan Vlaanderen en de kwaliteitscontrole op dat plan.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de inhoud, de methodologie en de vorm van het voortgangsrapport. Ze draagt er zorg voor dat aan het voortgangsrapport een ruime bekendheid wordt gegeven. De gemeenteraad stelt een gemeentelijk mobiliteitsplan vast.

Het gemeentelijk mobiliteitsplan geeft het kader aan 2100 het gewenste duurzame lokaal mobiliteitsbeleid. Het plan heeft een tijdshorizon van tien jaar en kan een doorkijkperiode van dertig jaar omvatten.

Het gemeentelijk mobiliteitsplan richt zich naar het Mobiliteitsplan Vlaanderen, waarvan het de bepalingen aanvult op gemeentelijk niveau. Het gemeentelijk mobiliteitsplan is onttrokken aan het toepassingsgebied van het decreet van 15 juli houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in het Vlaamse Gewest gemeentedecgeet plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd.

Het gemeentelijk mobiliteitsplan kan op elk moment geheel of gedeeltelijk worden herzien. Bij ongunstig advies brengt de GBC aan de sneltoets de nodige aanpassingen aan om tegemoet te komen aan de punten die aanleiding gaven tot het ongunstig advies, behalve als het ongunstig advies werd heroverwogen.

Bij aanpassing van de sneltoets, gemewntedecreet vermeld in het vierde gementedecreet, wordt het opnieuw ter advies voorgelegd aan de kwaliteitsadviseur. Dit advies is beperkt tot de punten die aanleiding gaven tot het 0210 advies over de sneltoets en beoordeelt of de aanpassingen aan de sneltoets hieraan tegemoet komen.

  GARMIN ETREX LEGEND CX MANUAL PDF

De kwaliteitsadviseur brengt zijn advies uit over de aangepaste sneltoets binnen de termijn daartoe bepaald door de Vlaamse Regering. Als het advies niet binnen die termijn wordt uitgebracht, wordt het geacht gunstig te zijn. Tegen het ongunstig advies kan een verzoek tot heroverweging worden ingediend bij de Vlaamse Regering. Na uitvoering van de sneltoets wordt het gemeentelijk mobiliteitsplan zo nodig geheel of gedeeltelijk herzien.

De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de inhoud, de vorm en de procedure van de sneltoets. Het informatieve deel van het gemeentelijk mobiliteitsplan bevat ten minste: Het richtinggevende deel van het gemeentelijk mobiliteitsplan omvat ten minste: Het college van burgemeester en schepenen besluit tot het opmaken van een gemeentelijk mobiliteitsplan en treft daartoe de nodige maatregelen.

Het college van burgemeester en schepenen gemeentevecreet tevens tot het opmaken van een voorstel van participatietraject. In voorkomend geval besluiten de colleges van burgemeester en schepenen van aangrenzende gemeenten tot het opmaken van een intergemeentelijk mobiliteitsplan.

Als daarvan niet uitdrukkelijk wordt afgeweken, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing op het intergemeentelijk mobiliteitsplan. De gemeenteraad stelt het ontwerp van gemeentelijk mobiliteitsplan voorlopig vast. De gemeenteraad keurt gdmeentedecreet voorstel van participatietraject gemeenntedecreet.

Als geen regels worden vastgesteld voor de participatie van de bevolking en de informatievoorziening, vermeld in het eerste lid, onderwerpt het college van burgemeester en schepenen het voorlopige gemeentedecredt van gemeentelijk mobiliteitsplan minstens aan een openbaar onderzoek.

Het advies van de kwaliteitsadviseur luidt: Gemeentedecreeet het advies niet is uitgebracht binnen de termijn daartoe bepaald door de Vlaamse Regering, wordt het geacht gunstig te zijn. Bij ongunstig advies van de kwaliteitsadviseur brengt de gemeenteraad bij de definitieve vaststelling van het gemeentelijk mobiliteitsplan de vereiste aanpassingen aan om tegemoet te komen aan de punten die aanleiding gaven tot het negatief advies, behalve als het ongunstig advies werd heroverwogen.

Bij aanpassing van het gemeentelijk mobiliteitsplan, als vermeld in het zesde lid, wordt het opnieuw ter advies voorgelegd aan de kwaliteitsadviseur. Dit advies is beperkt tot de punten die aanleiding gaven tot het ongunstig advies over het ontwerp van gemeentelijk mobiliteitsplan en beoordeelt of de aanpassingen aan het gemeentelijk mobili- teitsplan hieraan tegemoet komen.

De kwaliteitsadviseur gemeentedecrewt zijn advies uit over het aangepaste plan binnen de termijn daartoe bepaald door de Vlaamse Regering. De gemeenteraad stelt het gemeentelijk mobiliteitsplan definitief vast binnen zestig dagen na de ontvangst van het gunstig advies van de kwaliteitsadviseur, na het verstrijken van de termijn waarbinnen de kwaliteitsadviseur advies diende uit te brengen of na ontvangst van gemeenteddecreet beslissing van de Vlaamse Regering waarbij het ongunstig advies van de kwaliteitsadviseur werd heroverwogen.

Het gemeentelijk mobiliteitsplan treedt in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan. Een intergemeentelijk mobiliteitsplan treedt pas in werking veertien dagen nadat het vaststellingsbesluit van alle betrokken gemeenten bij uittreksel werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Zolang niet alle vaststellingsbesluiten zijn bekendgemaakt, treden alleen de bepalingen in werking die uitsluitend betrekking hebben op het grondgebied van de gemeente waarvan het vaststellingsbesluit overeenkomstig het eerste lid werd bekendgemaakt.

Het college van burgemeester en schepenen geeft een ruime bekendheid aan het gemeentelijk mobiliteitsplan. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de methodologie, de procedure voor de opmaak, de evaluatie, de herziening en de bekendmaking van het gemeentelijk of intergemeentelijk mobiliteitsplan.

De Vlaamse Regering en de deputatie kunnen gezamenlijk een provinciaal mobiliteitscharter opmaken. Dit charter is een beleidsovereenkomst die in gezamenlijk overleg wordt opgesteld over een specifiek mobiliteitsthema dat verband kan houden met onder meer: De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de opmaak en de inhoud van het provinciaal mobiliteitscharter. De Vlaamse Regering kan maatregelen nemen om een mobiliteitsplan voor een vervoersgebied op te maken.

De Vlaamse Regering consulteert daarvoor ten minste: De Vlaamse Regering ontwikkelt en beheert een mobiliteitsmonitoringsysteem.

Het mobiliteitsmonitoringsysteem bevat ten minste de ontwikkeling en het beheer van: Bij de vaststelling of herziening van de mobiliteitsplannen en bij het opstellen van de voortgangsrapporten wordt steeds rekening gehouden met de resultaten van de mobiliteitsmonitoring, vermeld in het eerste lid. Voor de uitvoering van die mobiliteitsmonitoring kunnen de noodzakelijke meetinstallaties en nutsleidingen bij wijze van erfdienstbaarheid van openbaar nut worden aangebracht.